Voorstel nieuwe flexwet

Op 12 mei 2026 heeft een meerderheid van de Tweede Kamer ingestemd met het voorstel voor de Wet Meer Zekerheid Flexwerkers (WMZF). Dit voorstel ziet toe op meer zekerheid over inkomen en werktijden voor oproepkrachten en uitzendkrachten. Ook wordt de toepassing van de ketenregeling aangepast om de positie van flexwerkers te verbeteren.

 

Wat houdt het voorstel in?

Een nulurencontract is niet meer toegestaan. In de plaats hiervan komt het basiscontract (ook bandbreedtecontract genoemd): de werkgever moet de werknemer voor een minimaal aantal uren en een maximaal aantal uren inroosteren. Het maximale aantal uren mag daarbij niet meer dan 130% van het minimale aantal uren bedragen.

Geldt een basiscontract voor onbepaalde tijd, dan mag de werkgever de lage WW-premie in de loonadministratie toepassen (ook al geldt geen vaste arbeidsduur). De lage WW-premie bedraagt thans 2,74%, de hoge WW-premie 7,74%.

Vraagt een werkgever de werknemer met het basiscontract om meer uren te komen werken dan het maximale aantal uren volgens dit contract, dan mag de werknemer dit verzoek weigeren. Bij structureel meerwerk, moet de werkgever het contract aanpassen naar een hoger aantal uren.

De tussenpoos voor het doorbreken van de keten van tijdelijke contracten (maximaal drie contracten voor bepaalde tijd in een periode van maximaal zesendertig maanden) wordt verruimd. De tussenpoos bedraagt op dit moment nog zes maanden; volgens het wetsvoorstel dit wordt gewijzigd naar een periode van drie jaar. Dit betekent dat een werknemer tenminste drie jaar uit dienst moet zijn geweest, voordat de werkgever deze werknemer weer opnieuw in dienst kan nemen op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

Er komt een recht op gelijkwaardig arbeidsvoorwaardenpakket voor uitzendkrachten ten opzichte van de werknemers die regulier in dienst zijn bij de inlener. Het uitzendbureau moet voor het arbeidsvoorwaardenpakket zorgen; de inlener verstrekt hiertoe diens geldende arbeidsvoorwaarden.

 

Zijn er uitzonderingen?

Ja, het wetsvoorstel inzake het verbod op een nulurencontract geldt niet voor scholieren en studenten met een bijbaan (tot maximaal 16 uur per week). Ook geldt het verbod niet voor AOW-gerechtigden. Deze twee groepen mogen op oproepbasis blijven werken.

De tussenpoos inzake de ketenregeling voor scholieren en studenten met een bijbaan tot maximaal 16 uur per week blijft wel zes maanden en blijven voor seizoenarbeiders aparte regels gelden (drie maanden, wanneer aan de voorwaarden van seizoenswerk is voldaan).

 

Wanneer gaat deze nieuwe wet in?

Wanneer ook de Eerste Kamer met het wetsvoorstel instemt en de nieuwe wet gepubliceerd wordt in de Staatscourant, kan het wetsvoorstel per 1 januari 2028 in werking treden. Het onderdeel gelijke beloning voor uitzendkrachten moet echter al een jaar eerder ingaan, dus per 1 januari 2027.

 

Wat kunt u nu alvast doen?

Heeft u op dit moment werknemers in dienst op basis van een nulurencontract, niet zijnde een scholier of student met een bijbaan of een AOW-gerechtigde, dan kunt u er aan denken om deze werknemer een bandbreedtecontract aan te bieden of een parttime arbeidsovereenkomst op basis van de gemiddelde arbeidsduur. Dit laatste bent u nu al voor iedere nulurencontractant na (iedere) twaalf maanden dienstverband verplicht.

Leent u uitzendkrachten in, verstrek het uitzendbureau dan tijdig een overzicht van de in uw onderneming geldende arbeidsvoorwaarden, zodat het uitzendbureau de arbeidsvoorwaarden van de door u ingeleende uitzendkrachten kan afstemmen.

 

Tenslotte

Kunt u hulp gebruiken bij het meedenken in het aanpassen van de inzet van flexwerkers in uw onderneming? Dan zijn onze coaches u daarbij graag van dienst.

Deel dit artikel