1. Lage-Inkomensvoordeel
(update special lonen 2018)

Publicatiedatum 3 juli 2018

Heeft u werknemers in dienst met een laag loon? Dan heeft u wellicht recht op een tegemoetkoming in de loonkosten, namelijk het lage-inkomensvoordeel (LIV). Het LIV is onderdeel van de Wet tegemoetkomingen loondomein. Deze wet is ingevoerd per 1 januari 2017. Met ingang van 2018 werden het loonkostenvoordeel (LKV) en het jeugd-LIV ingevoerd.

De gemiddelde uurlonen betreffende het LIV en jeugd-LIV zijn nu gepubliceerd, waarmee vastgesteld kan worden of u in aanmerking komt voor deze subsidie.

1.1     Voorwaarden LIV
Om in aanmerking te komen voor het LIV gelden de volgende voorwaarden:

  • De werknemer voldoet aan een vastgesteld gemiddeld uurloon (gebaseerd op minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijke minimumloon).
  • De werknemer is verzekerd voor de werknemersverzekeringen.
  • Er is sprake van een substantiële baan (minimaal 1.248 verloonde uren per kalenderjaar).
  • De werknemer heeft de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt.

1.2     Bedragen LIV 2018
Het LIV wordt een vast bedrag per verloond uur, met een vast bedrag als jaarmaximum per medewerker:

Gemiddeld uurloon 2018 LIV per werknemer per uur Maximaal LIV

per werknemer per jaar

≥ € 9,82 ≤ € 10,81 € 1,01 € 2.000 per jaar
˃ € 10,81 ≤ € 12,29 € 0,51 € 1.000 per jaar

Het gemiddelde uurloon wordt berekend door het jaarloon te delen door het totale aantal verloonde uren.

Voor de vaststelling van het jaarloon tellen alle inkomensbestanddelen mee. Dit betekent dat toeslagen voor overwerk of bijzondere uren meetellen en van invloed kunnen zijn op het gemiddelde uurloon. Eindheffingsbestanddelen tellen niet mee. Ziekte heeft in beginsel geen invloed op het recht op LIV, omdat het gaat om verloonde uren en niet om gewerkte uren. Er wordt, om te beoordelen of een werknemer binnen de grenzen van het LIV valt, uitgegaan van het SV-loon. Door de inhouding van pensioenpremie kan het SV-loon lager zijn dan het wettelijk minimumloon. Dit heeft tot gevolg dat het recht op LIV kan komen te vervallen.

1.3   Verloonde uren
Verloonde uren zijn uren waarover loon wordt betaald. Hieronder vallen:

  • De contracturen, dat wil zeggen de uren die met de werknemer zijn overeengekomen. Daaronder vallen ook niet-gewerkte, maar wel volledig uitbetaalde uren, bijvoorbeeld bij verlof of ziekte.
  • De uitbetaalde extra uren die een werknemer werkt, zoals uitbetaalde overuren. Daaronder vallen ook niet opgenomen, maar wel volledig uitbetaalde verlofuren.

Welke uren zijn geen verloonde uren?

De volgende uren vallen niet onder verloonde uren:

  • Niet-gewerkte onbetaalde uren, bijvoorbeeld onbetaald verlof;
  • Wel gewerkte, maar onbetaalde uren, bijvoorbeeld adv-uren (arbeidsduurverkorting) of onbetaalde overwerkuren;
  • Uitkeringen die u als eigenrisicodrager uitbetaalt.

1.4     Aanvraag LIV
Het LIV hoeft niet apart aangevraagd te worden door de werkgever. Het UWV beoordeelt op basis van de polisadministratie voor welke werknemers een werkgever recht heeft op het LIV en baseert zich hierbij op de aangiften loonheffingen die door de werkgever bij de Belastingdienst zijn ingediend.

De juistheid van de loonaangiften is dus van groot belang. Eventueel herstel van fouten is alleen mogelijk tot 2 mei van het volgende jaar (derhalve voor LIV over 2018 uiterlijk op 1 mei 2019). Daarna kan een eventueel recht op LIV niet meer worden geclaimd. De beoordeling van het LIV vindt plaats per werkgever. Als een werknemer onder verschillende subnummers wordt verloond, moeten de verloonde uren en het jaarloon bij elkaar worden opgeteld. Het LIV wordt overgemaakt op het rekeningnummer dat hoort bij subnummer L01.

1.5     Uitbetaling
Het LIV, jeugd-LIV en LKV worden automatisch uitbetaald als uit de loonaangiften blijkt dat een werkgever hier recht op heeft. Dit gaat als volgt in zijn werk:

  1. De werkgever krijgt vóór 15 maart van het volgende jaar van de Belastingdienst een voorlopige berekening van het LIV en jeugd-LIV en LKV. Die berekening is voor het jaar 2018 gebaseerd op de aangiften en correcties over 2018 tot en met 31 januari 2019.
  2. Tot en met 1 mei 2019 kunt u correcties over 2018 sturen. Die worden nog meegenomen in de definitieve berekening, correcties na 1 mei 2019 niet meer.
  3. De Belastingdienst stuurt een beschikking met de definitieve berekening van het LIV en jeugd-LIV en LKV naar de werkgever. Dat gebeurt vóór 1 augustus van het volgende jaar, op basis van de gegevens die bekend zijn. Deze beschikking is vatbaar voor bezwaar.
  4. Binnen 6 weken na dagtekening van de beschikking worden de bedragen uitbetaald.

Let op!
Hoewel niet meer de verwachting, heeft de minister van Sociale zaken de mogelijkheid om in 2018 bovengenoemde data maximaal twee maanden uit te stellen.

Let op!
Bovenstaande uitbetaling gebeurt voor jeugd-LIV voor het eerst in 2019, aangezien deze voordelen pas in 2018 van start gaan en slechts achteraf het gemiddelde uurloon en het aantal verloonde uren kunnen worden vastgesteld.

Vragen?

Stel uw vraag gerust bij één van onze adviseurs

Contact

Share this Post